“Dress to impress.” “Kleren maken de man.” Of een persoonlijke favoriet: “Kleed je voor de functie die je wilt, niet voor degene die je al hebt.” We worden doodgegooid met ongeschreven regels en holle slogans. En laten we eerlijk zijn: sociale media helpt ons hier niet bij.

Vaak proberen we voor onszelf uit te zoeken in welk hokje we het beste passen. Namen als Business Chic, Boho, Dark Academia, Cottage Core of de onvermijdelijke Casual Friday vliegen ons om de oren. Maar voelen we ons nog wel echt onszelf als we elke dag in die veilige, business-casual uniformen naar ons werk glippen? Of als we ons de “Old Money” look aanmeten en ons hullen in saaie, beige combinaties zonder ooit eens de rebel uit te hangen met een fluo roze detail of een rauw, mystiek randje?

Ik ben een heks. Wil dat zeggen dat ik altijd Victorian-details moet dragen, of enkel zwart en gotische patronen?

Tijdens het doomscrollen op Instagram kom ik de laatste tijd vaker accounts tegen over “how to dress curvy”, “plus size dressing for business women” of de meest confronterende: “how to dress stylish when you are over 40”. Een influencer vertelde me onlangs via een reel dat een kleerkast voor 80% uit basisstukken moet bestaan en slechts voor 20% uit stukken die onze persoonlijkheid weergeven.

Maar waarom eigenlijk? Wat als we zin hebben om onze hele persoonlijkheid te onthullen in elk stuk dat we die dag aantrekken? Wat als we gewoon één en al statement willen zijn? Of juist op een dag helemaal op de achtergrond willen verdwijnen, alsof we deel uitmaken van het behangpapier?

Soms wil ik dat mijn kleding een spreuk is die al is uitgesproken voordat ik mijn mond opendoe. Geen 20% persoonlijkheid, maar 100% aanwezigheid. Ik ruil de “fast fashion” trends en de “slow fashion” schuldgevoelens liever in voor iets dat veel dieper gaat: kleding als een verlengstuk van de ziel.

Hoor mij hier praten… voor iemand die jarenlang gewoon aantrok wat ze op dat moment mooi vond. Ik dacht nooit echt na over wat ik uit de kast trok. Ik combineerde kleuren die met elkaar vochten en droeg vormen die mijn lichaam eerder dwarsboomden dan omarmden. Ik bleef dezelfde combinaties dragen omdat ik vond dat ze werkten, terwijl ik me eigenlijk nooit echt goed gekleed voelde. Herken je dat gevoel, dat je kleding wel “klopt” volgens de regels, maar niet volgens je hart?

Die beige combinaties waar de wereld zo dol op is, voelen voor velen onder ons toch als camouflage? Een manier om niet op te vallen en de schaduwen te vermijden. Maar juist in de schaduw; in diepe purperen stoffen, in botanische schetsen op een zijden blouse of de zware textuur van een jacquard, valt kracht te vinden.

Onlangs is mijn kijk gewijzigd. Misschien komt het door die “stijlvol boven de 40” influencers, of door het verlangen om te begrijpen waarom ik anderen altijd beter gekleed vond. Het is vooral het besef dat ik mezelf ben en niet langer wil verdwijnen in de ruis. Ik ben eindelijk mijn eigen stijl aan het creëren. Geen stijl die ik van Pinterest pluk, maar een combinatie van de bedrijfswereld en de spirituele, magische wereld die in ons allemaal omgaat.

Ik heb mezelf geleerd dat we niet hoeven te verdrinken in de drukke bloemenprints of de schreeuwerige motieven die vaak voor onze maat worden voorgeschreven. Ik kies nu voor de stilte en de diepte: een subtiele ink-wash of smoke print, een botanische schets die doet denken aan oude herbaria, of de rijke textuur van een Shadow Jacquard.

De 80/20-regel wordt van zijn troon gestoten door bewust te kiezen. De verkeerde combinaties van vroeger maken plaats voor een bewuste compositie. Eén die vertelt dat ik er sta. Met mijn rondingen, met mijn jaren aan ervaring, en met een vleugje magie dat niet in een hokje te vangen is.

Ga ik nog foute combinaties maken? Tuurlijk. Die stukken hangen nog in mijn kast. Maar ik koop mijn nieuwe stukken bewuster, zodat ik vaker “juist” zit. En juister betekent in dit geval simpelweg: “Hier voel ik mezelf in en dit draag ik niet omdat het nu toevallig in de mode is.”

Onze kleerkast is geen verzameling textiel die aan regels moet voldoen om ‘goed’ te zijn. Het is een arsenaal. Een plek waar we elke ochtend samen met onze spiegel beslissen hoeveel van onszelf we aan de wereld tonen.

Plaats een reactie