Eind 2025 besloten we met enkele collega’s op het werk een boekenclub op te richten. We zijn nu aan boek vier (en vijf). Een boekenclub dwingt je om buiten de vertrouwde paden te treden. En voor mij is dat letterlijk, in het geval van “The Girl Who Loved Tom Gordon”. Als je mij een jaar geleden had gevraagd of ik een boek van Stephen King zou recenseren, had ik waarschijnlijk geantwoord: “Alleen als er draken in voorkomen.”
Toch zat ik daar, met een boek van de Master of Horror in mijn handen. Geen Fantasy, Young Adult Fantasy of mystieke roman, maar de rauwe, eenzame strijd van een negenjarig meisje in de bossen van Maine.
Ik geef het toe: ik was op mijn hoede. Mijn ervaring met Stephen King beperkte zich tot The Eyes of the Dragon en de verfilmingen van zijn boeken, zoals The Mist. Ik hoopte vurig op een verhaal zonder liters bloed, en daarin werd ik op mijn wenken bediend. King’s schrijfstijl in dit boek verraste me positief; het is efficiënt, precies genoeg woorden om de beklemming te voelen, maar zonder de langdradigheid waar hij soms om bekendstaat.
Het verhaal grijpt je snel bij de keel. Zodra Trisha van het pad afstapt, voel je de natuur veranderen. Het bos is hier geen vredige plek voor een rituele wandeling; het voelt als een entiteit met een eigen plan.
[SPOILER ALERT] Wat me het meest bijbleef, was hoe King de verbeelding prikkelt. Hij laat Trisha onder een boomstam kruipen en haar hand op een slang leggen… en dan: niets. Geen beet, geen drama, alleen de realisatie dat ze nog dieper het duister in wordt gelokt.
Er hangt een constante vraag boven de bladzijden: is dit pure psychologie, of is de “God van de Verlorenen” echt aanwezig? Hoe verklaar je anders die vreemde kring rond de wagen waar ze in schuilt? En laten we eerlijk zijn: welke walkman-batterijen houden het zó lang vol? Die kleine onverklaarbare elementen gaven het boek voor mij die broodnodige magische (of juist onheilspellende) twist die ik in mijn favoriete genres ook terugvind.
Halverwege het boek betrapte ik mezelf op een licht ongeduld. Wanneer komt ze nu eindelijk iemand tegen? Die eenzaamheid wordt bijna tastbaar voor de lezer. En dan is er het einde.
Het is zo’n echt King-einde dat je in de verfilmingen van zijn boeken ook tegenkomt. Een korte confrontatie, iemand vindt haar, ze belandt in het ziekenhuis, ziet haar familie en… finito. Geen hoofdstukken vol reflectie over hoe ze dit heeft overleefd of hoe het gezin hierna verder gaat. Je slaat het boek dicht met een zekere honger. Een honger naar antwoorden die King bewust lijkt niet te geven.
Het was een boeiende zijstap. Het bos heeft me even stevig vastgehouden, en hoewel ik blij ben dat ik weer “thuis” kom in mijn vertrouwde werelden van fantasy en mystiek, was Trisha’s veerkracht indrukwekkend om te volgen.
Deze ervaring smaakt wel naar meer. Ik kijk nu al uit naar de volgende verrassende genres die de boekenclub op mijn pad zal werpen; die “gedwongen” afwisseling houdt me scherp als lezer. Ik ben ook al volop aan het nadenken over de richting die ik de boekenclub geef als ík het volgende boek mag kiezen. Maar wees gerust, tussen die uitstapjes door zal ik met minstens evenveel plezier blijven verdwalen in mijn eigen favoriete genres.

Plaats een reactie