Jeugdbewegingen

Mijn dochter gaat niet naar een jeugdbeweging. Ze heeft in de afgelopen jaren wel wat sport gedaan. Van dansen naar zwemmen en van zwemmen naar karate. Nu is ze veertien en een beetje aan het puberen. Ze is gestopt met karate en hangt rond in haar kamer, online, met de vrienden.

Rond mijn veertiende zijn we verhuisd van de Brusselse gemeente Laken naar Oost-Vlaanderen. Veroorzaakte een lichte cultuurschok! Want om naar Brussel te gaan vanuit Denderleeuw namen de mensen dagelijks de trein. Terwijl voor mij de trein toen nog betekende dat je op uitstap ging. Ik was gewoon aan de bus en de tram of de metro. Reisjes van niet langer dan 15 minuten.

Wat kwamen we nog tegen. Ja, de tractors die zomaar over straat reden. Dat zie je in Brussel niet. Tenzij de agrariërs staken en Brussel vast zetten om hun punt te maken. Denk niet dat dat in de jaren 1990 veel is voorgevallen?

Ik ging van een school waar zo goed als iedereen tweetalig was door de multiculturaliteit naar een school waar zelf de leerkracht Frans minder goed Frans kon spreken dan ik. En multicultureel was ze ook niet.

Die verhuis betekende ook wel dat ik stopte met mijn buitenschoolse activiteiten. In Laken waren mijn zussen en ikzelf lid van het kinderkerkkoor van de Onze-Lieve-Vrouwekerk, de toneelgroep “De Violiertjes” in Jette en tot slot Chiro King Bie laken. Onze weekeinden waren dus goed gevuld. Zaterdagvoormiddag repetitie van het kerkkoor, zaterdagnamiddag repetitie van toneel. Zondagmorgen de mis zingen om 9 uur en (behalve op de derde zondag van de maand) zondagnamiddag Chiro in de lokalen achter het koninklijke domein in Laken.

Na de verhuis zijn we sowieso gestopt met het kerkkoor. Hoe het komt dat we niet meer naar toneel gingen weet ik niet goed, in mijn herinnering is de groep gewoon ineens ontbonden of zo. En de Chiro hebben we wel nog een tijdje gedaan. Maar op zondag telkens de trein nemen naar Brussel werd er al gauw te veel aan. Mijn zussen zijn dan een paar zondagen gaan proberen in de Chiro in Welle, maar dat viel tegen. Ik heb hun ervaring niet herhaalt, ik geloofde hen op hun woord. Leren van de fouten van een ander he.

Mijn Chiro-tijd was wel een mooie tijd, ik ben begonnen als Speelclubber en gestopt net voor ik Keti zou worden. Er waren momenten dat ik niet graag ging, omdat ik veel bij mijn grootouders zat en ik soms niet naar huis wou. Tot als mijn grootmoeder overleed en mijn grootvader verhuisde naar ergens buiten Brussel. Dan kon ik minder daar gaan slapen. Maar als ik er was was het wel altijd leuk. Ik had daar vrienden (wat je niet kon zeggen van op school, zie mijn blog gepest). En de activiteiten waren ook altijd wel leuk. Die uniformen, lang nog die blauwe kleedjes. Ben maar twee of drie jaar gegaan met die bruine rokken en rode t-shirts.

Rond zes januari gingen we steevast verkleed Drie koningen zingen. Ik herinner me een draaiende ster die mijn papa maakte op een bezemsteel. Dat ding was wel redelijk zwaar. Eén keer per jaar gingen we ook gaan schaatsen. Dat deed ik graag, maar kon ik niet goed. Verder tja, waren het typische Chiro activiteiten in de lokalen of het park of het bos.

Elke zomer tien dagen lang op Bivak, met telkens weer een thema. Een thema dat me zo onmiddellijk te binnen schiet zijn “de snorkels”. Ik heb nog een thema, maar weet niet meer juist wat het was, iets met ridders en heksen enzo.

De bivakplaatsen hebben ons zo goed als overal in Vlaanderen gebracht. De ene al leuker dan de andere. Ik herinner me een waar een grote speeltuin aan was. Een ander was aan zee, en daar was een grote duin dicht bij de tenten. Tijdens een speel moesten we die omhoog lopen, maar het was een hete zomer en het zand brandde aan onze voeten. Tijdens een nachtspel dat jaar ben ik in de duinen mijn favoriete zaklamp kwijt geraakt. Dat was dan weer niet leuk.

De laatste avond, het grote kampvuur waar we dan met onze slaapzak rond gingen zitten. Ook mooie momenten.

Eigenlijk heeft mijn dochter wel iets gemist met nooit naar de jeugdbeweging te gaan. Maar we hebben haar nooit overtuigd gekregen. Ooit kwam de Chiro zich voorstellen bij haar op school, en toen kwam ze thuis dat ze wou gaan. Maar als puntje bij paaltje kwam bleef ze liever op zondag bij mama thuis. Dat is ook stilletjes aan aan het veranderen. Ze groeit ze wordt groot en mama en papa zijn niet meer zo bijzonder.

Keep on smiling! 

Rijbewijs

Ik heb mijn rijbewijs gehaald op mijn 37ste. Dat is dus nog recent.

Toen ik nog bij mijn ouders woonde deed ik veel met de fiets, we woonde in een gemeente die toen al als fietsveilig gezien werd. Dan heb ik mijn echtgenoot leren kennen en die had rijbewijs en eigen wagen. Als we ergens naartoe gingen was het samen. Dus ik heb nooit echt de nood gevoeld om zelf een wagen te hebben en rijbewijs.

Redenen om er geen werk van te maken.

Pas op, ik dacht er af en toe wel over na maar meer dan denken “Ik zou mijn rijbewijs moeten halen” kwam er niet. En zeker niet toen redelijk wat mensen uit mijn omgeving mij begonnen verplichten om mijn rijbewijs te halen. “Het zal nuttig zijn”. “Wat als uwe man iets voor heeft en niet kan rijden”. En ga zo maar verder. Ergens overtuigde mij dat ik toch niet veel aan dat rijbewijs zou hebben want we konden ons amper een wagen veroorloven, en mijn echtgenoot (S) zou hem altijd nodig hebben.

Mijn hardnekkige nee en angst voor het rijbewijs veranderde in de loop van 2017 en 2018. In 2017 zijn we verhuist naar een deelgemeente, verder gelegen van het centrum en toch wel wat tussen de velden. Ook al wonen we op de hoofdstraat van de gemeente. Mijn pendeltijd werd dus een pak langer dan voor we verhuisden. Al wonen we nu ongeveer 3 of 4 km van onze vorige woning. Ik ging van een enkele bus nemen aan de bushalte niet ver van onze deur tot aan de bushalte niet ver van het werk naar debus nemen aan de bushalte op een halve km van thuis. Tot aan het station. Daar de trein nemen, drie stations verder overstappen tot in Brussel. Pendeltijd verhoogde ongeveer 1.15 uur naar 2 uur tot 2.30 uur. Te vermenigvuldigen met twee, ochtend en avond.

Het halen van een rijbewijs werd toch aanlokkelijker.

Want dat overstappen met de NMBS en De Lijn is geen pretje. Het is ettelijke keren voorgekomen dat ik ’s ochtends aan het station toekwam met de bus en mijn trein net zag weg rijden. Goed om 20 minuten tot een half uur te wachten op de volgende trein. Ook in het terug naar huis gaan kwam het wekelijks voor dat op het moment dat de trein het station binnen reed de bus weg reed. Met twee bussen per uur wil dat automatisch zeggen minstens een half uur geduld hebben. Met mooi weer valt dat mee. In de periode dat het rond 17u al echt donker is valt dat dik tegen. Hoe langer hoe meer ik dit voor had maakte dat rijbewijs toch aanlokkelijker.

Een volgende trigger was in 2018 toen mijn mama is overleden. Mijn papa belde mij ’s nachts in paniek op, dus wilden we er meteen naartoe. Maar ik had wel nog een kind in huis dat lag te slapen. Omdat ik niet zelf kon rijden moest S mee. Hebben we toen E uit haar bed gebeld en gevraagd of ze bij ons dochter wou blijven. Dat ze dit deed daar ben ik nog altijd dankbaar voor. Op dat moment heb ik mezelf dus vervloekt dat ik al die jaren koppig was en geen werk maakte van dat rijbewijs.

In mei van datzelfde verschrikkelijke jaar moest S in allerijl naar het ziekenhuis, met verschrikkelijk pijn in de maag- borststreek. Ze hebben toen het barretsyndroom vastgesteld. We konden gelukkig op mijn papa rekenen, ook al was hij nog aan het rouwen om mijn mama. In diezelfde week hadden we afgesproken dat mijn papa mij zou komen ophalen en dat we samen S zouden bezoeken. Want hij is toch een hele week in het ziekenhuis moeten blijven. Maar door het rouwproces was mijn papa redelijk verward nog, en hij was dat volledig vergeten. Ik ben dus die dag S niet kunnen gaan bezoeken. Een andere dag in die week kon ik rekenen op een schoolvriendin die mij naar het ziekenhuis bracht en mijn schoonouders die ons terug thuis brachten.

Het afhankelijk zijn van … werd me te veel.

En toen had ik het gehad met afhankelijk te zijn van iedereen. De drang naar het rijbewijs was eindelijk doorgedrongen. We kregen ook te horen op het werk dat we via een cafetariaplan een wagen zouden kunnen leasen, maar een voorwaarde was dat het personeelslid (ik dus) een geldig rijbewijs moest hebben. Ik viel dus uit de boot. Laatste trigger die nodig was om de stap te zetten.

Op 8 maart 2019 heb ik mijn voorlopig rijbewijs afgehaald in het gemeentehuis. De dag voor mijn verjaardag. Mijn doel was om ten laatste op mijn verjaardag 2020 mijn definitief rijbewijs te hebben. Een paar mislukte examenpogingen en COVID-19 hebben dat met nog een jaar verlengd. Uiteindelijk heb ik het gehaald in de tweede helft van januari 2021. En daar ben ik trots op.

Mijn voorlopig rijbewijs was de formule 36 maanden met twee vaste begeleiders. Ik was van mening niet langs de rijschool te moeten. In eerste instantie had ik S als begeleider. Hij was dat cursusuur gaan volgen bij de VAB en heeft dus een begeleidingsattest dat 10 jaar geldig is. De eerste lessen bestonden uit het starten en stoppen van de wagen (zoals bij de meeste dus) op de dakparking van de Carrefour op zondag. Dat ging redelijk vlot, soms minder vlot.

Oefenritjes.

De eerste keer dat we effectief op de openbare weg reden ging niet zo vlot. We reden in het industrieterrein en er was weinig (lees zo goed als geen verkeer). We hadden toen een Dacia Logan. Een logge break met een te lichte motor waar ik niet goed in zat. Dat speelde ook mee. Maar bon, ik dus mijn best aan het doen om de baan te volgen op het industrieterrein. Op een moment rijdt er een auto achter mij en slaat de paniek toe. Want wie had gedacht dat er een mens zo idioot zou zijn om achter mij te rijden! (grapje). S zegt mij pinker op zetten en dan bocht nemen. Maar de paniek was zo aanwezig dat ik niet meer wist hoe ik een pinker moest opzetten. Mij zo snel ik kon aan kant gezet en de les zat er op.

We hebben het toen een paar weken laten rusten, en dan terug op de parking van de Carrefour nog extra oefenen zonder verkeer. Maar de ervaring op het industrieterrein had mijn zelfvertrouwen gebroken en de helft van de tijd kon ik de auto niet in beweging brengen zonder stil te vallen.

Ik vertelde dit aan K en ze stelde voor om eens met haar wagen te proberen. Dus op een zondagvoormiddag afgesproken op de dakparking van de Carrefour. En ja, met haar kleine Kia van de eerste keer vlot vertrokken. Beetje over en weer gebabbeld en K was dus zo gek om ook voor mij begeleider te zijn. Samen met S heeft ze mij dus keiveel geleerd en geholpen om dat rijbewijs te halen. Vele zondagvoormiddagen samen rond gereden in de regio. En ook ’s avonds na het werk.

De mislukte examenpogingen.

Komen we in januari 2020. Eerste examen geboekt. Examen in Aalst. Daar ligt het examencentrum in het industrieterrein en ze sturen u steevast langst het drukste rondpunt van Aalst. Dat rondpunt had ik weliswaar overleefd. Maar enkele straten verder was ik door de stress zo verward dat ik besloot om spookrijder te worden. Ik negeerde een gebodsbord dat ik rechts van het platform moest blijven en passeerde links. Ik kan mij wel niet van het gedacht ontdoen dat het een stuk kwam door hoe de examinator zei naar waar ik moest rijden. Want ik was naar rechts aan het uitwijken en hij zei plotsklaps “Naar links”. Natuurlijk bedoelde hij na het platform naar links, maar het verwarde mij zo. Dus terug naar het examencentrum en afgelopen.

Februari 2020 nieuwe poging. Daar ben ik zelf de parking niet af geraakt! Ik reed met de zijkant van K haar wagen de nummerplaat van een geparkeerde wagen los. Precisiewerk! Maar wel van het verkeerde soort. En daar zat ik dan, rijp om geld aan de rijschool te geven en zes lesuren te volgen om opnieuw examen te mogen doen.

Nu de lessen met de rijschool hebben mij veel bijgebracht. Eigenlijk zou iedereen toch een paar uur rijschool moeten doen, al was het maar om een oefenexamen af te leggen. Hoe goed de privébegeleiders hun best doen, ze leren je hun eigen rijstijl aan en niet per se de zaken waar op het examen op gelet wordt. Op het moment dat mijn lessen met de rijschool zouden doorgaan sloeg het Coronavirus door. Maar uiteindelijk die lessen toch kunnen volgen.

Twingo.

In mei 2020 kreeg ik mijn Twingo geleverd. Want ik had een geldig (voorlopig) rijbewijs en viel dus niet langer uit de boot. Daar heb ik samen met S zo goed als dagelijks ritjes mee gereden toen de rijscholen en examencentra stil lagen. Wel pas na die lockdown waar onnodige verplaatsingen niet toegelaten waren. Het was een nieuw vast ritme in onze dagen. Opstaan, thuis werken, na het werken toertje met de auto, eten, avondbezigheid, slapen. Vrij ééntonig.

Oktober 2020, tijd voor derde poging examen. Een zo goed als perfecte rit gereden. Nu wel mijn examen gaan afleggen in Brakel. Want ik had lessen gevolgd bij VAB in Geraardsbergen en die gaan naar Brakel voor examen. Een ritje Brakel Zottegem. Ik had er een goed gevoel bij. Maar een moment van concentratieverlies heeft er voor gezorgd dat de examinator vond dat ik een gevaar in het verkeer was. Ik kwam van een zijstraat en moest naar rechts een grote baan op in Brakel. Er stond een voorrangsbord en van links kwamen wagens af, dus ik doe wat moest. Ik laat het verkeer door. Auto’s gepasseerd, ik kijk naar rechts, naar links. Niets, dus ik breng de wagen in beweging steek over en voeg in. En op dat moment is er toch een wagen rechts van mij die aan hoge snelheid aankomt, en moet vertragen. Bleek die van zijn oprit af te komen en gelijk zot te zijn vertrokken. De examinator vond dat ik daar had moeten op anticiperen. De begeleider van de VAB heeft een kwartier geprobeerd de examinator op andere gedachten te brengen, maar pech. Ik kon het allemaal nog eens overdoen.

Eindelijk het rijbewijs op zak.

Kregen we natuurlijk de tweede coronagolf, lockdown en sluiting van rijscholen en examencentra. Dus opnieuw dagelijkse Twingo ritjes met S. In januari 2021 kwam dan het besluit dat rijscholen en examencentra terug mochten openen. De begeleider van de VDAB belde mij om afspraak te maken, ik boekte nog enkele lessen (drie dagen achterelkaar) en meteen aansluitend het examen. Dat ik dan perfectissimo en zonder foutjes heb uitgevoerd. En dus rij ik nu rustig alleen rond in mijn Twingo. Is er het occasioneel uitstapje met de dochter. Kan ik naar mijn papa zonder dat ik telkens S mee moet slepen. Breng ik onze dochter naar school als S met zijn nonkel wil gaan fietsen. En pik ik onze dochter op aan school gewoon omdat ik het wil, of omdat zij het vraagt. Een zaligheid.

Nogmaals, ik wil geen reclame maken, maar echt, die paar uur met de rijschool zijn een verrijking voor het halen van je rijbewijs. 

Van zodra we terug op de hoofdzetel mogen gaan werken zullen mijn pendelritten korter zijn. Met de wagen rij ik naar een groot station in de regio waar ik een rechtstreekse trein neem naar Brussel.  

Ja, ik ben blij met mijn rijbewijs en de gevonden onafhankelijkheid. Nee, ik heb er geen spijt van dat ik er laat aan begonnen ben. Het is dat ik er nu klaar voor was.

Keep on smiling. En drive safely!

Gepest

Ik ging graag naar school, alleen de leerlingen die er rond liepen waren er te veel aan. Mijn schoolperiode had zoveel aangenamer geweest zonder die pestkoppen.

Flair

Het pesten begon in het tweede leerjaar, en stopte ongeveer in mijn tweede keer vierde middelbaar. Toen ik terecht kwam in de klas met E. In drie verschillende scholen bleef het maar door gaan. Op de duur bleef ik zo vaak als mogelijk thuis om aan de andere leerlingen te ontkomen. Daardoor ben ik een paar keer blijven zitten omdat ik onvoldoende dagen aanwezig was op school. Als je de berekening maakt zijn de pesters mijn dus 2 jaarlonen schuldig. Want twee jaar dat ik niet heb kunnen werken omdat ik nog op school zat.

In 2013 heb ik in het tijdschrift Flair dezelfde bedenking gemaakt. Anyway, ik snap het gepest nog altijd niet. Want we (mijn zussen en ik) hadden heel wat buitenschoolse activiteiten. We zongen in het kerkkoor, zaten in een toneelgroep voor kinderen en gingen naar de Chiro. En bij die activiteiten, werd ik niet gepest. Had ik vrienden en vriendinnen die me aanvaardde voor wie ik was. Ook toen ik naar de cathegese les ging voor eerste en plechtige communie lag ik goed in die groepen.

De spreekbeurt die even het tij deed keren.

Opgelet, de schooltijd was niet de hele tijd slecht. Op sommige momenten leek ik wel aanvaard te worden en mocht ik meespelen of werd ik betrokken. Ik herinner me een moment in het derde middelbaar waar we voor het van Nederlands een spreekbeurt moesten geven. In die periode was ik al aangetrokken tot het hele mystieke gebeuren rondom de heksen. Ik heb toen dan ook een spreekbeurt gehouden over traditionele hekserij en de symbolen. Op het einde van de spreekbeurt vroeg de leerkracht (Mr. Ghysels, iedereen vond dat ne knappe hihi) waarom ik dat als onderwerp had gekozen.

Op dat moment ging het vliegensvlug in mijn hoofd en dacht ik, ik ga ze allemaal eens choqueren. En ik antwoordde spontaan en ondoordacht: “Omdat ik zelf een heks ben.” Het was muisstil in de klas. En Mr. Ghysels reageerde daar zo aanvaardend op, zalig moment. De rest van dat schooljaar werd ik gewoon aanvaard door de klas en kon ik met de glimlach naar school. Dat veranderde dan weer in het vierde middelbaar. Toen kwam er een nieuwe pestkop bij in de klas. Werd het schooljaar ervoor van zijn school gestuurd omdat hij het te bont maakte. En zocht dus van de eerste schooldag een slachtoffer en blijkbaar stond er op mijn hoofd geschreven: “Introvert, Raar, pest haar maar”.

De leerkracht die mee roddelde.

En dat ging op en af, want een deel van de klas aanvaardde me nog steeds, ander deel ging mee met de nieuwe pester. Kon soms binnen het lesuur wijzigen. Op een dag zijn ze tegen een leerkracht over mij beginnen te roddelen terwijl ik er bij zat.  Zonder mijn naam te noemen. Die op haar gemakje luisterde en vragen stelde en blijkbaar niet door had dat het over mij ging. En ik zat daar, zo had mijn tranen proberen te verbijten. Verschrikkelijk. Achteraf stuurde die leerkracht een kieken van het CLB op mij af. Toen was mijn schooljaar helemaal verkorven.

Ik kreeg de welgekende gesprekken dat je maar moest negeren wat er over je gezegd wordt. Pesters worden dat beu als je niet reageert. Factcheck, dat klopt niet. En dan de gesprekken dat ik zelf maar wat assertiever moest zijn. Heu, ja dat wordt je overnacht zonder enige hulp. En ook dat helpt niet, als iemand je kiest als slachtoffer dan ben je dat, eendert welke strategie je ingepland hebt om je te verweren. Het is de dader die aangepakt moet worden. En dan nog zo een argument dat je door je strot geduwd krijgt: “Het is omdat ze zich zelf niet goed voelen”. Daar heb je niets aan op het moment dat ze jou in de grond boren. Echt niet.

Vriendschappen zijn de redding.

Toen ik dan uiteindelijk in de klas terecht kwam met E. Begon mijn schoolleven er beter uit te zien. We waren ons vriendengroepje van vier. Maar ik had ook nog andere die ik onder het hoedje “vrienden” kon onderbrengen. Er werd nog geroddeld, maar minder en ik was weerbaarder. Ik had nog altijd de gewoonte zo veel mogelijk “ziek” thuis te blijven. En op een moment dat ik echt ziek thuis was reageerde één van mijn vriendinnen dat het thuis blijven soms ook wel de oorzaak van de roddels was. Dat was dus een vicieuze cirkel. Maar die heb ik doorbroken door die laatste twee schooljaren niet meer vals ziek thuis te blijven. Het hoefde ook niet, ik had vriendschappen die mij sterk maakte en die ervoor zorgde dat ik het (school)leven aan kon. Vriendschappen die ook buiten het (school)leven bestonden. En sommige die nu nog bestaan.

Dankzij deze vriendschappen heb ik mijn laatste twee schooljaren mooi kunnen afsluiten. Het schoolgaan werd aangenaam en de andere leerlingen waren er minder te veel aan. Op een bepaald moment zaten we zelf meer op school dan thuis. We hadden als eindproef een mini-onderneming en daar staken we toch wel redelijk wat werkuren in. En ook de GWP naar Italië was een hele leuke beleving. Ook als is daar de afbrokkeling van één bepaalde vriendschap van start gegaan.

Mijn dochter is ook één schooljaar gepest geweest. Door één bepaalde leerling. Gelukkig vertelde ze het ons snel genoeg en heeft de school het goed aangepakt. Dat was toen ze in het zesde leerjaar zat. In het tweede middelbaar kwam één van deze pesters opnieuw bij haar in de klas terecht. Maar van pesten is geen sprake, want mijn tiener die blijkbaar meer zelfvertrouwen heeft dan ik toen had heeft haar snel de mond gesnoerd. Mijn dochter staat veel sterker in het leven. En af en toe denk ik dan: we zijn goede ouders, want we bieden haar de kans om zichzelf te ontwikkelen en zelfvertrouwen te hebben.

Keep on smiling!