Gepest

Ik ging graag naar school, alleen de leerlingen die er rond liepen waren er te veel aan. Mijn schoolperiode had zoveel aangenamer geweest zonder die pestkoppen.

Flair

Het pesten begon in het tweede leerjaar, en stopte ongeveer in mijn tweede keer vierde middelbaar. Toen ik terecht kwam in de klas met E. In drie verschillende scholen bleef het maar door gaan. Op de duur bleef ik zo vaak als mogelijk thuis om aan de andere leerlingen te ontkomen. Daardoor ben ik een paar keer blijven zitten omdat ik onvoldoende dagen aanwezig was op school. Als je de berekening maakt zijn de pesters mijn dus 2 jaarlonen schuldig. Want twee jaar dat ik niet heb kunnen werken omdat ik nog op school zat.

In 2013 heb ik in het tijdschrift Flair dezelfde bedenking gemaakt. Anyway, ik snap het gepest nog altijd niet. Want we (mijn zussen en ik) hadden heel wat buitenschoolse activiteiten. We zongen in het kerkkoor, zaten in een toneelgroep voor kinderen en gingen naar de Chiro. En bij die activiteiten, werd ik niet gepest. Had ik vrienden en vriendinnen die me aanvaardde voor wie ik was. Ook toen ik naar de cathegese les ging voor eerste en plechtige communie lag ik goed in die groepen.

De spreekbeurt die even het tij deed keren.

Opgelet, de schooltijd was niet de hele tijd slecht. Op sommige momenten leek ik wel aanvaard te worden en mocht ik meespelen of werd ik betrokken. Ik herinner me een moment in het derde middelbaar waar we voor het van Nederlands een spreekbeurt moesten geven. In die periode was ik al aangetrokken tot het hele mystieke gebeuren rondom de heksen. Ik heb toen dan ook een spreekbeurt gehouden over traditionele hekserij en de symbolen. Op het einde van de spreekbeurt vroeg de leerkracht (Mr. Ghysels, iedereen vond dat ne knappe hihi) waarom ik dat als onderwerp had gekozen.

Op dat moment ging het vliegensvlug in mijn hoofd en dacht ik, ik ga ze allemaal eens choqueren. En ik antwoordde spontaan en ondoordacht: “Omdat ik zelf een heks ben.” Het was muisstil in de klas. En Mr. Ghysels reageerde daar zo aanvaardend op, zalig moment. De rest van dat schooljaar werd ik gewoon aanvaard door de klas en kon ik met de glimlach naar school. Dat veranderde dan weer in het vierde middelbaar. Toen kwam er een nieuwe pestkop bij in de klas. Werd het schooljaar ervoor van zijn school gestuurd omdat hij het te bont maakte. En zocht dus van de eerste schooldag een slachtoffer en blijkbaar stond er op mijn hoofd geschreven: “Introvert, Raar, pest haar maar”.

De leerkracht die mee roddelde.

En dat ging op en af, want een deel van de klas aanvaardde me nog steeds, ander deel ging mee met de nieuwe pester. Kon soms binnen het lesuur wijzigen. Op een dag zijn ze tegen een leerkracht over mij beginnen te roddelen terwijl ik er bij zat.  Zonder mijn naam te noemen. Die op haar gemakje luisterde en vragen stelde en blijkbaar niet door had dat het over mij ging. En ik zat daar, zo had mijn tranen proberen te verbijten. Verschrikkelijk. Achteraf stuurde die leerkracht een kieken van het CLB op mij af. Toen was mijn schooljaar helemaal verkorven.

Ik kreeg de welgekende gesprekken dat je maar moest negeren wat er over je gezegd wordt. Pesters worden dat beu als je niet reageert. Factcheck, dat klopt niet. En dan de gesprekken dat ik zelf maar wat assertiever moest zijn. Heu, ja dat wordt je overnacht zonder enige hulp. En ook dat helpt niet, als iemand je kiest als slachtoffer dan ben je dat, eendert welke strategie je ingepland hebt om je te verweren. Het is de dader die aangepakt moet worden. En dan nog zo een argument dat je door je strot geduwd krijgt: “Het is omdat ze zich zelf niet goed voelen”. Daar heb je niets aan op het moment dat ze jou in de grond boren. Echt niet.

Vriendschappen zijn de redding.

Toen ik dan uiteindelijk in de klas terecht kwam met E. Begon mijn schoolleven er beter uit te zien. We waren ons vriendengroepje van vier. Maar ik had ook nog andere die ik onder het hoedje “vrienden” kon onderbrengen. Er werd nog geroddeld, maar minder en ik was weerbaarder. Ik had nog altijd de gewoonte zo veel mogelijk “ziek” thuis te blijven. En op een moment dat ik echt ziek thuis was reageerde één van mijn vriendinnen dat het thuis blijven soms ook wel de oorzaak van de roddels was. Dat was dus een vicieuze cirkel. Maar die heb ik doorbroken door die laatste twee schooljaren niet meer vals ziek thuis te blijven. Het hoefde ook niet, ik had vriendschappen die mij sterk maakte en die ervoor zorgde dat ik het (school)leven aan kon. Vriendschappen die ook buiten het (school)leven bestonden. En sommige die nu nog bestaan.

Dankzij deze vriendschappen heb ik mijn laatste twee schooljaren mooi kunnen afsluiten. Het schoolgaan werd aangenaam en de andere leerlingen waren er minder te veel aan. Op een bepaald moment zaten we zelf meer op school dan thuis. We hadden als eindproef een mini-onderneming en daar staken we toch wel redelijk wat werkuren in. En ook de GWP naar Italië was een hele leuke beleving. Ook als is daar de afbrokkeling van één bepaalde vriendschap van start gegaan.

Mijn dochter is ook één schooljaar gepest geweest. Door één bepaalde leerling. Gelukkig vertelde ze het ons snel genoeg en heeft de school het goed aangepakt. Dat was toen ze in het zesde leerjaar zat. In het tweede middelbaar kwam één van deze pesters opnieuw bij haar in de klas terecht. Maar van pesten is geen sprake, want mijn tiener die blijkbaar meer zelfvertrouwen heeft dan ik toen had heeft haar snel de mond gesnoerd. Mijn dochter staat veel sterker in het leven. En af en toe denk ik dan: we zijn goede ouders, want we bieden haar de kans om zichzelf te ontwikkelen en zelfvertrouwen te hebben.

Keep on smiling!

Verloren gelopen

Toen ik in het vijfde leerjaar zat heb ik eens een woensdagnamiddag doorgebracht bij mensen die ik niet kende. Ze hadden me wenend aangetroffen omdat ik verloren gelopen was toen ik van school naar huis ging.

Die dag moest ik met “de rij” mee.

Ik zat al jaren op dezelfde school. Het was het eerste schooljaar dat ik daar alleen school liep, zonder mijn zussen. Mijn zussen gingen intussen allebei naar de middelbare school. Ik moest dus alleen naar huis gaan als mijn papa mij niet kon komen halen. Er was tot ongeveer halverwege begeleiding. Een juf of een meester bracht leerlingen tot aan een plein met bushaltes. We noemden dat “de rij”.

Die dag moest ik met “de rij” mee. Vanaf daar kon ik te voet verder, helemaal over straat. Of het metrostation induiken en aan de andere kant terug boven komen waardoor ik de drukke baan niet over moest. Als het regende kon ik ook de bus nemen, de bushalte om af te stappen was niet ver van waar we woonde. De straat oversteken ongeveer.

Het regende, daarom nam ik de bus. Op woensdagmiddag nam ik die bus eigenlijk niet graag omdat die overvol zat met tieners en mensen die nog verder door moesten. Maar ja, regen. De bus zat nog extra vol door de regen natuurlijk. Ik stond ergens geplet tussen allemaal mensen en kon niet op de bel duwen om de halte aan te vragen. Ik wist dat de volgende halte niet ver af was, dus waagde een nieuwe poging. Maar de bus reed verder door. Sloeg de halte over. Vijf minuten later hield hij halt en er stapte een heleboel mensen uit. Ik stapte mee uit en wou naar de halte voor dezelfde lijn in omgekeerde richting gaan om zo terug naar huis te keren.

Een oud dametje kwam langs en vroeg me wat er aan de hand was.

Maar ik kende het daar helemaal niet, en het was een ingewikkeld kruispunt, een soort rotonde. En al gauw wist ik niet meer welke kant ik op moest. Ik bleef stappen en kwam een bushalte tegen. Ik keek op het bord waar de nummers van de bussen op stonden en zag dat bus 53 er niet stopte. Ik wist helemaal niet meer wat te doen. In die tijd liepen we nog niet rond met GSM’s of Smartphones. Dus ben ik op het bankje gaan zitten en beginnen wenen.

Een oud dametje kwam langs en vroeg me wat er gaande was. Ik deed mijn uitleg. Ze hield een andere dame tegen die rondliep met twee kinderen. Deze dame nam me mee naar huis. Ik kon niet anders, ik wist niet hoe ik anders zou thuis raken. Van daar belde we met de vaste lijn naar huis. De dame legde mijn papa uit wat er aan de hand was en probeerde uit te leggen waar ze woonde. De GPS was ook nog niet ingeburgerd.

Ik heb daar een boterham gekregen en de namiddag met de oudste dochter gespeeld, die een paar jaar jonger was dan ik. We hebben gekleurd, met de barbies gespeeld, mekaars haar gevlochten. Tot mijn papa aanbelde en ik eindelijk naar huis kon.

Alweer een avontuur rijker.

Keep on smiling!

Appels en Smarties

Mijn verjaardag is midden maart. Zij die een Katholieke opvoeding genoten weten dat dit midden in de “vasten” is. In het lager onderwijs was het (en is het?) de gewoonte om met je verjaardag iets te trakteren.

Tijdens de Vastenperiode verjaren was op dat gebied geen pretje, iedereen bracht voor zijn verjaardag snoepgoed mee, of cakes en dergelijke. Maar toen ik jarig was mochten we 40 dagen lang niet snoepen. Mijn mama loste dat op door een beetje vals te spelen. De eerste jaren van de lagere school kreeg ik appels mee en tubes Smarties. Zo was het gezond, maar was er toch iets van snoep mee.

In het tweede leerjaar werd ik door mijn papa naar school gereden met mijn zak appels en Smarties. Vlak voor de eerste speeltijd maakte de juf tijd om uit te delen. In een eerder blog vertelde ik al over de tweeling van de juf van het eerste leerjaar. De tweeling zat toen nog in mijn klas. Eén van de twee lustte geen appels en wou absoluut twee doosjes Smarties. Ik gaf dus mijn eigen doosje aan haar. En ging na het school terug naar huis met mijn twee overblijvende appels en zonder Smarties voor mezelf.

Enkele dagen later sprak juf M me aan op de speelplaats, ze was boos omdat ik die ene tweelingzus twee doosjes Smarties had gegeven en geen appel. Waarom had ze geen recht op een appel? Er was niets tegen in te brengen. Ze geloofde niet dat haar dochter op mijn gevoelens had ingespeeld om toch meer snoep te krijgen. Of het was gewoon gemakkelijker om mij te straffen in plaats van haar eigen kinderen?

Ben ik achteraf nog altijd te braaf gebleven voor anderen? Tuurlijk, het zit gewoon in mijn nature. Ik zal eerst de andere proberen plezieren voor ik aan mezelf denk. En dat speelt in mijn nadeel, want je kan niet iedereen plezieren. Het heeft er wel voor gezorgd dat ik de jaren daarna geen snoepgoed meer wou meenemen naar school tijdens de vaste. Mama moest dan steeds wafels of een cake bakken.

Toen mijn dochter, midden in de grote vakantie geboren werd dacht ik: “Jep, geen school – trakteer – perikelen”. Tot ze op de kleuterschool kwam en de juf zei dat ze op het einde van het schooljaar mocht trakteren voor haar verjaardag. Mijn dochter haar verjaardag werd dus enkele jaren twee keer gevierd. Ze heeft gelukkig nooit een gelijkaardige situatie moeten meemaken. Sowieso beperkte de school enorm wat er getrakteerd mocht worden. Geen chocolade en frisdrank en dergelijk. Maar ook niets uitbundig. Liefst budgetvriendelijk zodat kinderen met ouders die minder aan die zaken kunnen spenderen niet uitgesloten werden. Geen jaloerse kindjes. Eigenlijk wel een mooie evolutie.

Keep on smiling!