Papa

13 mei 2023, 16.55 uur. Een moment dat voor eeuwig in mijn geheugen gegrift staat. Het moment dat ik een volwassen wees werd. Nog geen twee maanden voor deze datum vierde ik mijn 40ste verjaardag, en nu ben ik ouderloos.

Papa, toen we op 17 februari 2018 mama heel onverwachts verloren, brak er iets in je hart. Je bent het nooit echt te boven gekomen. Wie komt zoiets wel te boven. Na meer dan veertig jaar alles samen te doen met je vrouwtje moest je ineens zelf leren de bankrekening in het oog te houden, online betalingen doen, eten maken, inkopen doen. De eerste weken heb je enorm op mij gesteund, maar beetje bij beetje deed je meer en meer zelf. Tot op het punt dat ik je maar zelden nog ter hulp moest schieten.

Je bouwde voor jezelf een nieuw levensritme op. Je kon rekenen op veel mensen in je omgeving daar in Brakel die je steunde en je trok je plan. Je kon op mij en mijn echtgenoot rekenen, kwam regelmatig eten. Die eerste kerstavond bij ons thuis met de lege plek aan tafel was zo pijnlijk en warm tegelijk.

Gezien we allemaal op onze poten terecht kwamen dacht ik dat ik je nog zeker 15 jaar bij mij zou hebben. En ik zou in die 15 jaar even hard voor je blijven zorgen zijn als in de voorbije vijf jaar.

Samen hebben we geleerd verder te gaan zonder de fysieke aanwezigheid van mama. Met ups en downs, zoals het in het leven hoort te zijn. We maakten plannen en voerden ze uit. Bijna dagelijks contact en elkaar wekelijks zien. En toch, merkte ik het vorig jaar niet, hoe ziek je was toen je steeds vaker het wekelijks etentje af zei of vroeg om niet langs te komen. Tot je eindelijk overtuigd werd om naar de dokter te gaan en die met de bikkelharde diagnose de ruiten in sloeg.

Sinds juni 2022 begon je weg van afscheid, al waren we er ons toen niet van bewust. Je was ziek, voelde je niet goed, maar had de diagnose van pancreaskanker nog niet gehoord. Je dacht dat het kwam door die ene moment dat je struikelde en op je ribben terecht kwam. Nu voel ik mij soms nog schuldig dat S en ik toch nog op vakantie zijn vertrokken in augustus en je met je pijn achterlieten. Maar ik hoor je het nog zeggen: “Geen zorgen maken over mij, het komt wel goed, je moet van het leven genieten”.

Vanaf september 2022, de maand van de diagnose. Stond ons levensritme op zijn kop. We maakten regelmatig tijd vrij om met jou naar het ziekenhuis te gaan. Je kreeg het moeilijker om jezelf van eten te voorzien en om inkopen te gaan doen, dus deze taak nam ik van jou over. Op zondagvoormiddag bracht ik je meestal de inkopen. We dronken samen een tas koffie en aten onze croissantjes op. Een ontbijtmoment waarvan we toen niet wisten dat dit één van onze laatste rituelen zou worden.

Eind september werd je geopereerd, een ingreep die er voor zorgde dat je te lang in het ziekenhuis zou moeten verblijven. Een ingreep die er voor gezorgd heeft dat ik over mijn “angst” van autostrade rijden moest raken om tot bij jou te geraken daar in het ziekenhuis in Gent. Je verbleef er tot begin november. In die periode kreeg je een tweede ingreep, in spoed. Er was een bloeding die ze moesten stelpen.

Papa, die dag belde ze mij om drie uur ’s nachts op. Er kroop toen zo een enorme angst om je te verliezen mijn huid binnen. Mijn hart stond op barsten bij het besef hoe eindig je leven was. De dokter herhaalde ook verschillende keren dat het er niet goed uit zag. Maar, papa, jij de vechter, jij de vader die altijd getoond heeft dat het uiteindelijk wel goed komt, jij kwam erdoor. Je werd tijdelijk genezen verklaard en moest enkel nog recupereren van de ingrepen en de pijnen zouden van zelf wel weg geraken mits het nemen van de nodig pijnstilling en ontstekingsremmers.

We zagen het allemaal positief in, en het ritme voor mij hernam, 3 tot 4 keer per week kwam ik langs om te zien hoe het met je ging, om te kijken of je alles in huis had wat je nodig had, en om je op te pikken om bij ons te komen eten. Je leek toen ook beter te worden. We maakten plannen om samen nieuwjaar te vieren in Boulogne.

En toen sloegen de resultaten van je onderzoeken in december in als een bom. De kankercellen waren terug actief, en al vrij ver uitgezaaid op je lever en andere organen. Deze keer zou je niet meer kunnen genezen. Je werd palliatief genoemd. De enige opties die er nog te bieden waren, waren zo veel mogelijk van de laatste maanden genieten, of chemotherapie die je leven zou verlengen, maar waarvan niemand kon zeggen hoe ziek je er van zou zijn. Je vroeg bedenktijd aan de oncoloog, en kreeg die ook tot twee weken naar nieuwjaar. De oncoloog gaf mee om zeker te genieten van de week in Boulogne.

Papa, de dag van deze mededeling kwam je na het ziekenhuis mee naar huis om op je effen te komen, je hield je kranig, we hielden ons sterk. Bespraken wat het beste was. Voor mij was het belangrijkste dat je zelf de te volgen weg koos en vrede kon nemen met je eigen besluiten. Vanaf het begin van je ziekte heb ik je vragen beantwoord en benadrukt dat je moest kiezen wat voor jou het best voelde.

Ik herinner me nog te goed, dat ik je ’s avonds naar huis bracht. Voor de zoveelste keer samen in mijn kleine Twingo, niet bewust van hoe lang of kort we deze rit samen zouden rijden. Je was trots op mij, trots dat ik na het verlies van mama toch de moed vond om mijn rijbewijs te halen. Trots dat ik al zo goed reed. We moesten zelf lachen om het feit dat ik net zoals jij een zware voet heb. Neen, we rijden niet te snel, we willen gewoon graag snel op de juiste snelheid zitten. Je glunderde als ik die voetgangers opmerkte en ze hoffelijk over liet. Dit is zo één van de duizenden kleine momenten dat ik heel mijn leven bij me wil blijven dragen om jou te herinneren. Of het moment dat ik door het rood reed, omdat we de zon aan het bekijken waren die achter de bomen en de kerk verdween en bespraken hoe een mooie foto dat zou zijn. Dit zijn de herinneringen die mijn hart telkens weer een beetje lijmen.

Eenmaal ik je die avond had afgezet, zat ik daar in mijn auto, handschoenen en sjaal aan, maar geen jas want met een jas rijden is niet soepel genoeg. Ik probeerde tijdens het rijden te vechten tegen de tranen. Want het moment dat ik je moest afgeven kwam dichterbij. We hadden nog geen idee hoe dichtbij, maar toen al te dichtbij. Beetje over halverwege de rit naar huis besloot ik dat ik de zee moest zien. Mijn eerste gedachte was dat ik gewoon door zou rijden naar zee, maar het begon te vriezen, en mijn autostrade angst is nog altijd niet 100% weg, vermoedelijk omdat de Twingo een stadswagentje is en zelf angsten uitroept wanneer we 120 km/u rijden. Dus ik reed richting thuis, parkeerde me, kwam boven en zei tegen S en H dat ze zich moesten aankleden dat we naar zee gingen. S had meteen door dat als hij nee zou zeggen ik alleen zou weg zijn. Dus met ons drie zaten we binnen het kwartier in de auto, richting Blankenberge.

Toen we rond 21u toekwamen was het er heel rustig, en het vroor. Maar de kou deerde mij niet. De kou liet de tranen op mijn wangen bevriezen waardoor er geen nieuwe stroomde. Toen besloot ik mijn tranen bevroren te laten en sterk te zijn voor jou, tot het niet meer moest. Zakelijke modus geactiveerd.

Papa, in die week dat we in Boulogne zaten en zeker de momenten dat je foto’s aan het nemen was heb ik je even zien opleven. Ik kreeg hoop, hoop dat ondanks je palliatief statuut we je nog een jaar of twee bij ons zouden hebben. Dat er nog tientallen autorit gesprekken zouden volgen, dat er nog tientallen koffie & croissants zondagen zouden zijn. We maakten de gerechten die je het liefst at, behalve de scampi’s, die zijn we je uiteindelijk nog altijd schuldig. Maakten wandelingen, lieten je tijd om te genieten van het uitzicht en het maken van foto’s. Aan het einde van de week spraken we af om het in de zomer nog eens over te doen. Hopende dat we niet in miezerig stormweer zouden terecht komen.

In de tweede helft van januari gaf je de oncoloog mee dat je van het leven dat je restte wou genieten en geen bijkomende chemo meer wou doen. Ik heb respect voor deze beslissing. Enkel hoop ik ergens dat je ze niet gemaakt hebt om mij te sparen. Want zo was je, net als ik steeds zorgen voor anderen tot op het niveau van jezelf te ontzien uit zorg voor anderen. De oncoloog legde uit dat je recurrent zou moeten terug gaan naar het ziekenhuis voor een scanner om te zien hoe de kankercellen vorderde en of er geen vitale organen in gevaar waren. Op dat moment toonde de scanner dat het proces zeer traag verliep, dus dat je nog lange (relatief) tijd bij ons kon zijn. We zouden dus nog van een zomer samen kunnen genieten.

Februari was een redelijk rustige maand, ik kwam 3 tot 4 keer per week bij jou, jij kwam wekelijks bij ons eten. Soms reed je zelf, soms rekende je op mij om je te vervoeren. Je buurman kwam dagelijks langs, en het leek oké te zijn. Maar de pijn in je buik werd steeds maar erger. Ik voelde een drang van urgentie in mijn hart opkomen. Het voelde niet goed, die zomer was nog te ver weg. We besloten nog een tweede keer naar Frankrijk te gaan met jou tijdens de paasvakantie, hopende op goed weer. Je ging akkoord en had iets om naar uit te kijken. Ook je scan van februari was positief, geen grote verandering of versnelling in de groei van de kankercellen. Alleen de pijn was niet normaal, dus de morfine dosis van je pijnpleisters werd verhoogd. En toch was je nooit echt pijnloos. Het gaf mij een enorm gevoel van machteloosheid, want rond die pijn kon ik echt niets doen.

In maart vierde ik mijn 40ste verjaardag, je liet mij op het laatste moment weten dat je toch niet zou komen, de drukte en het volk zou je te veel worden. Papa, geen zorgen, ik ben er nooit boos om geweest, ik had je er graag bij gehad, maar je had rust nodig.

Toen kwam de maand april, je laatste volledige maand bij ons. Je liet weten niet meer mee te willen gaan op verlof, de autorit zou te zwaar zijn. We drongen niet aan, wat heb ik spijt dat we niet aan drongen. Gelukkig konden we wel redelijk gerust vertrekken want je had intussen verzorging aan huis en je buren kwamen ook regelmatig langs. S en ik had een weekje ontspanning (niet zorgeloos, want de zorgen om jou vertrokken nooit uit mijn hoofd). We boekten de reis om naar Tenerife, met de gedachte dat de zon ons wel deugd zou doen. En dat was ook wel het geval.

Je begon stilaan spullen te geven aan mijn zussen en aan mij, alsof je je bewust was dat je laatste adem er snel zou zijn.

Papa, toen kwam 3 mei 2023, S kwam je ophalen voor je periodieke scanner. Je weigerde mee te gaan, je voelde je niet goed. Ik overtuigde je om toch mee te gaan. Iedereen had de pijn die je voelde onderschat. In het ziekenhuis merkte ze dit op en ze stelde voor je op te nemen. Je zei dat je niet meer naar huis zou gaan. Dit was het begin van het afscheid dat zich snel zou opdringen.

Toen ik op donderdag 4 mei langs kwam, had je de hele dag geslapen, maar je was helder en zelf vrolijk. We bespraken dat de artsen wel een oplossing zouden vinden voor de pijn en we dan van de nieuwe tuinstoelen zouden genieten vanaf dat het mooie weer er door kwam. Ook vrijdag 5 mei sliep je veel, ik kwam niet langs, want mijn zussen zouden langskomen. Op zaterdag en zondag was je telkens tussen wakker en slaap. Achteraf besefte ik dat dit door de enorme dosis morfine was die via de pijnpleisters je lijf in werden geduwd. Maar je had geen pijn meer, dat was een opluchting.

Maandag 8 mei belde het ziekenhuis mij op, ze hadden je verlegd naar een één persoonskamer want je werd steeds minder responsief. De start van wat een hele zware vreemde week zou worden. Ik nam vrij op het werk, om nog zoveel mogelijk tijd met je te kunnen doorbrengen. De maandag overdag kwam ik nog langs en had je één van je laatste heel heldere momenten, je vond het zelf nog belangrijk om een paar facturen te betalen.

Dezelfde maandag na het school kwamen we nog langs met onze dochter. De morfine begon echt op je in te werken, want je zag mama en je hondje. Ik zag het hart van mijn dochter breken, en mijn gebroken hart brak nog een beetje meer.

Dinsdag 9 mei was je heel actief, je vertelde, niet altijd heel helder. Maar het leek alsof je weer aan de betere hand was. Je ging nog aan je tafel zitten om te eten, of in je zetel om tv te kijken. Toen ik naar huis vertrok was mijn hart niet gerust. Mijn zus was er ook een hele tijd, misschien gaf je dat nog energie.

Woensdag 10 mei heb je veel geslapen toen ik er was. Je had mijn hand vast genomen en je hoofd dicht bij mij gelegd. Ik ben zo blijven zitten lezen tot je zelf besloot je te verleggen. Af en toe vertelde je me wat, soms een helder gesprekje, soms niet. Eten wou je niet.

Donderdag 11 mei sprong je in de loop van de namiddag ineens uit bed om op zoek te gaan naar je zaagmachine. De heldere momenten waren zo goed als onbestaand. Ik heb er verpleegsters moeten bij halen om je terug in bed te krijgen.

Vrijdag 12 mei was je heel veel wakker, maar nooit helder. Zelf de momenten dat ik PAPA zei om je aandacht te trekken keek je naar mij en zag ik aan je ogen dat je het allemaal niet meer begreep. Je vroeg verschillende keren hoe lang je nog moest blijven en waarom ik je niet mee naar huis wou nemen. Ik vertrok in tranen naar huis.

Zaterdag 13 mei, hadden mijn zussen en ik afgesproken om samen te komen. En alsof je het voelde dat we samen waren besloot je dat het moment daar was. Terwijl ik mijn oudste zus ging oppikken belde het ziekenhuis mij. Ze vroegen toestemming om je een pijnpomp te plaatsen om je te helpen. Deze gaf ik, want dit had je aan mij gevraagd. Ik gaf de info door aan mijn zussen en zei dat het dan nog kon duren voor we je kwijt waren, onbewust zei ik misschien wel tot 17u. En daar zaten we dan, de hele namiddag in je ziekenhuiskamer. Je reageerde niet meer. We zaten aan je ziekbed, babbelde tegen je en met elkaar. Rond 16u deed ik teken aan S dat het tijd was om met onze dochter naar huis te gaan. Mijn middelste zus ging ook mee om af gezet te worden, ik zou mijn oudste zus naar huis brengen. We bleven nog even hangen. Rond 16.45 uur kwam de verpleging binnen, ze wilden je nog even opfrissen. Tien minuten laten mochten we de kamer terug binnen. Als de deugniet die je was maakte je gebruik van die paar minuten dat je helemaal alleen was om in alle stilte en rust te vertrekken. Ik zei je voor een laatste keer slaapwel.

Slaapwel, papa! Droomzacht en steek niet te veel deugnieterij uit.

Nu start er voor ons een nieuwe reeks van eerste keren. We hebben samen eerste keren meegemaakt zonder mama. Nu moet ik eerste keren meemaken terwijl ik ook jou mis. Binnenkort is het Vaderdag, hoe vier je Vaderdag zonder een papa om in de bloemen te zetten? Hoe vieren we onze huwelijksverjaardag in juli zonder jouw verjaardag eerst te vieren? Hoe overkom ik de leegte van de twee lege stoelen aan tafel op kerstavond?

Maar maak je geen zorgen, ooit gaat het weer goed met mij, ondanks de bijkomende barsten in mijn hart. Ik word warm en liefdevol ondersteunt, en zolang ik er voor andere kan zijn ben ik er voor mezelf.

Weight Watchers

Mijn gewicht is altijd al een probleem geweest. Mijn relatie met voeding ook. Ik lust heel weinig. Een studie heeft uitgewezen dat je smaak zich begint uit te breiden vanaf je elfde levensjaar. Een andere wetenschappelijke studie zou bewezen hebben dat je tussen de tien à vijftien keer iets moeten proeven voor je echt oprecht kan zeggen dat je iets niet lust.

Wel bij mij heeft mijn smaak zich niet uitgebreid vanaf mijn elfde levensjaar, al moet ik wel toegeven dat ik nu al meer “lust” dan pakweg tien jaar geleden. Het andere is ook waar dat ik sommige voedingsmiddelen die ik vroeger graag at nu amper binnen krijg.

Als we het hebben over vijftien keer iets te proeven. Zo ver krijg je mij nooit. Het zal in mijn hoofd zitten, maar als ik éénmaal iets geproefd heb en het niet binnen kreeg kan ik er mij niet over zetten om het op een ander tijdstip opnieuw te proeven. Voedsel dat ik niet lust, krijg ik absoluut niet doorgeslikt. Er zijn ook etenswaren die ik niet walgelijk vind, maar ook niet lekker. Die kan ik dan wel opeten, maar ik kan het mij niet laten om een gezicht te trekken. Het is dus voor iedereen overduidelijk op dat moment dat ik liever op iets anders zou zitten knabbelen.

Komen er nog die voedingsmiddelen bij waarvan ik de smaak wel lekker vind maar mij niet kan overzetten hoe vies het aanvoelt in mijn mond. Zo zijn er aardbeien, sinaasappels, yoghurt met brokjes in, …

Het feit een klein pallet te hebben van voedingswaren die je binnen krijgt, maakt het niet gemakkelijk om je gewicht op peil te houden, en zeker moeilijk om je gewicht naar beneden te krijgen. Want de lekkere dingen zijn zoals bij veel kinderen niet de meest gezonde. Geef mij gerust alle dagen boterhammen met choco.

Eten is voor mij ook niet iets wat ik uit plezier doe. Het is gewoon een noodzaak om je lichaam brandstof te geven om te blijven verder gaan. Mij doe je geen plezier met een uitgebreid etentje, laat ons eerder langs de dijk gaan wandelen, of in het bos om een gezellig moment te hebben. Dat maakt dus ook dat de eindejaarsfeesten van 2020 voor mij eigenlijk leuke feestdagen waren. Door de lockdown mochten we niet met de hele familie zo goed als een hele dag aan tafel zitten. Mijn introverte kant, en mijn ik wil geen hele dag aan eten spenderen kant voelden zich opperbest.

Vroeger, in mijn jeugdjaren, heb ik een periode gehad dat ik mezelf overtuigde om niet te eten in bijzijn van andere mensen (anders dan mijn familie). Dat betekende dat ik op school, als we op het middaguur in de refter zaten, geen voeding tot mij nam. ’s Ochtends stond ik randje nippertje op om naar school te gaan, dus ik nam ook geen tijd om te ontbijten. Slechte gewoontes. Want daardoor kwam ik tussen 16u en 17u thuis en begon ik te eten, mijn ontbijt, mijn middagmal in een keer en rond 19u kwam het avondeten op tafel. In die jaren ben ik redelijk veel bijgekomen en ik was al niet van het magere type.

Toen ik in het vijfde en zesde middelbaar zat werd het allemaal rustiger in mijn hoofd, qua angsten. Ik kreeg ook echt vriendinnen (één waarover ik blogde) en vond de heks in mezelf. Waardoor ik van eten minder een probleem maakte. Ik at op regelmatige tijdstippen, ik fietste naar school. Op woensdagnamiddag fietste ik wel eens met E rond. En op die manier kwam mijn gewicht wel weer meer op peil.

Toen ik afstudeerde, startte de grote gewichts-JOJO. Sinds pakweg 2004 verdik ik en vermager ik geleidelijk aan, maar het is gewoon te veel. In 2012 heb ik denk ik mijn zwaarste gewicht gehad in mijn volwassen leven. In 2013 zijn mijn man en ik aan een dieet begonnen, kwam ik op -10 kilo. Na de feestdagen dat jaar was het diëten gedaan en ben ik altijd blijven schommelen in die ruimte van 10 kilo (bijkomen, afvallen, bijkomen, afvallen).

In 2018 werd bij mijn echtgenoot het barretsyndroom vastgesteld waardoor hij zijn voedingspatroon volledig moest wijzigen. Hij is de kok in huis, dus dat had ook effect op mij, toen ben ik dus zonder er moeite voor te doen gewicht beginnen verliezen. Puur omdat ons eten op aan andere manier (minder vet enzo) werd klaargemaakt. Na een tijd gaat de pijn over, werken de medicijnen en waag je je alweer aan frietjes en andere zaken. Met als resultaat geleidelijk aan weer op mijn hoogste gewicht.

Tussen 2018 en 2021 hebben we (heb ik) op verschillende manieren geprobeerd om gewicht onder controle te houden. Natuurlijk onder de omstandigheden die we de voorbije twee jaar allemaal meegemaakt hebben (de covid-kilo’s) is dat moeilijk.

In september vroeg een collega-vriendin mij om met haar mee te gaan naar de weight watchers workshops. Ik dacht, ik geef het de drie maanden promotieperiode. Sinds september tot nu ben ik nog niet veel kwijt, pakweg 3 kilo. Maar ik merk wel een andere verandering, één die het verliezen van gewicht langduriger zal maken.

Ik probeer op regelmatige tijdstippen te eten, in plaats van te proberen maaltijden over te slaan op momenten dat ik te veel stress heb. Ook het snoepen uit frustratie ben ik aan het afleren. Allemaal kleine overwinningen die ik zonder hulp nooit zou hebben geprobeerd. Intussen is de promo van drie maanden gratis verlopen. Vanaf deze maand ben ik een betalend lid van Weight Watchers. Het is niet goedkoop, maar ik merk dat het helpt, dus ik ga het nog enkele maanden blijven doen.

Met mijn echtgenoot hebben we afgesproken dat als ik onder een vastgesteld gewicht ben ik het zonder de hulp probeer. Uiteindelijke doel is gezonder te leven. En daar ben ik nu al naar op weg.

Foutieve trein

In een eerder blogbericht vertelde ik jullie dat ik als kind niet tijdig van de bus kon en daardoor compleet verloren geraakt ben. Gelukkig was er die vriendelijke mama die me mee nam naar huis en naar mijn ouders belde.

Je zou denken dat je na zo een avontuur geleerd bent. Wel mijn warrig hoofd heeft het nog altijd niet begrepen. Ondanks mijn perfectionisme en talent voor organisatie ben ik ook verstrooid. Ik ben dan ook een bron van tegenstrijdigheden en zo lopen er wel meer rond ;-).

De verstrooidheid uit zich in verschillende (herkenbare) gebeurtenissen. Zo kan ik in de hoofdzetel vertrekkensklaar staan, mijn badge in de hand hebben en ineens beginnen te zoeken naar mijn badge. Gelukkig is er altijd wel iemand die er me op wijst dat ik mijn badge gewoon vast heb. Ik ben ook de persoon die echt drie keer moet controleren of ik mijn wagen op slot heb gedaan, anders laat ik hem de hele tijd open.

En jullie kennen het wel, uit gewoonte in het station het perron op stappen zonder te kijken of het wel je trein is die toekomt. Telkens ik dat doe, zit ik in de verkeerde trein.

Eind jaren 1990 verhuisden we van het bruisende Brussel naar een dorp bij Denderleeuw. Voor die verhuis was de trein nemen een uitzondering. Een hele gebeurtenis bij een daguitstap (naar zee, of de zoo, …). Vanaf dat we daar woonden was de trein ons hoofdvervoermiddel (na de auto). Geen tram of metro te bespeuren. Als je de verkeerde metro neemt stap je de volgende halte (twee minuten later) uit, en binnen de vijf minuten heb je wel een metro in de andere richting. Bij de trein is dat niet het geval.

We woonden nog niet zo lang in Denderleeuw dat mijn mama en ik samen vanuit Brussel de trein naar huis namen. De stoptrein richting Zottegem. Dat dachten we toch. Na halte in Denderleeuw reed de trein ons stationnetje voorbij. En zo kwamen we in Haaltert terecht. Daar uitgestapt, naar het loket gegaan, en uitgelegd wat er gaande was. Kregen we een kaartje mee waar de term “verloren reiziger” op stond. Waardoor we natuurlijk zonder betalen de trein konden nemen die ons naar het juiste station zou brengen.

Een andere keer was ik op weg naar het werk. Ik moest overstappen in Denderleeuw. Bij het overstappen zat ik met mijn neus in een boek. Ik nam een trein richting Aalst in plaats van richting Brussel. Dan hebben we ook nog die keer dat ik in Brussel de trein naar Gent nam en niet had opgemerkt dat deze naar Brussel-Zuid rechtstreeks naar Gent reed. Dan sta je daar in dat station, een uur te verliezen omdat je trein retour net vertrokken is.

Keep on smiling