Nog nooit maakte we dit mee.

Even geen tijd voor randactiviteiten buiten het werk. De overstromingen van 14 en 15 juli zorgen voor een drukte van jewelste. Lange werkdagen, extra werkdagen. Voor het eerst in mijn loopbaan gewerkt op een zondag!

Het eerste wat dan weg valt in deze periode zijn de zelfzorg momenten, het bloggen, het creatief bezig zijn, de hekserij, … Maar vandaag een rustige zondag. Ook al zagen we gisteren alweer berichten verschijnen van nieuwe overstromingen. Katten om morgen te geselen.

Op 10 juli hebben we mijn papa zijn 70ste verjaardag gevierd met een “verrassingsfeestje”. We hadden hem uitgenodigd en gezegd dat het voor onze huwelijksverjaardag was. Er stiekem voor gezorgd dat mijn zussen enzo hier waren. Zalig om zijn gezichtsuitdrukking te zien op het moment dat hij door had dat we allemaal bijeen waren om zijn verjaardag te vieren. En dan de week erna was ik ziek, hebben jullie in mijn blog “ziek” kunnen lezen natuurlijk.

Ondertussen heb ik ook mijn examen afgelegd van de “Mindfulness Coach” cursus. Nu aan het wachten op het attest. Ik kreeg al een mail van de lesgeefster dan ik erdoor ben. Dus éénmaal het attest ontvangen kan ik me officieel een mindfulness coach noemen. Dat in een periode waar bewust leven en in het nu leven eigenlijk nodig is, maar niet lukt door de werkdruk. Al neem ik mijn pauzes, elke dag, want het is nodig. Hoe minder pauze je neemt, hoe meer je bezig blijft met het werken, hoe minder productief je wordt.

Daarom ook dat ik nog steeds grapjes maak naar mijn medewerkers toe, tijdens het werken zelf. Gewoon even een skypeberichtje sturen en vragen of ze mijn concentratie niet langs hun raam hebben zien passeren. Het zorgt voor een lach, het zorgt voor een kort moment van afleiding. Het zorgt voor nieuwe moed om aan het volgende dossier te beginnen.

We zijn nog steeds voornamelijk aan het telewerken, wat bij zo een grote crisis toch moeilijker maakt om de dynamiek staande te houden. Je kan niet eens langs lopen voor een schouderklopje, of snel de koppen bijeen steken om een dossier uit te pluizen. De drempel om iets te bespreken is net iets groter, want je moet ofwel een gesprek inboeken, of iemand aanspreken zonder dat je echt weet of die beschikbaar is. Maar ieder van ons doet zijn uiterste best. Zoals ik deze week al enkele keren tegen mijn team heb gezegd: sommige doen meer dan wat van hen verwacht kan worden. En dat is iets waar ze absoluut fier op mogen zijn. Ik ben trots om deel uit te maken van een dienst waar ondanks alles er altijd mensen zijn die denken aan de mensen achter het klantennummer en zich ten volle geven om mensen verder te helpen.

Toen telewerk nog niet de norm was brachten we regelmatig gezonde en minder gezonde snacks mee naar de hoofdzetel om elkaar een hart onder de riem te steken. Dat is nu ook moeilijker. Er kan achteraf beloond worden met aan drink en dergelijke, maar je mist toch het momentum door in het heetst van de storm niet te kunnen ludiek belonen. Uitgezonderd virtuele schouderklopjes.

But we keep on smiling!

Imposter syndrome

Het imposter syndrome werd voor het eerst aan het licht gebracht eind jaren 1970 door psychologen Pauline Clance en Suzanne Imes. Ik hoorde de term tijdens een opleiding in kader van een leadershift project op het werk. De opleidster stelde de vraag: “Wie heeft er regelmatig schrik om door de mand te vallen?”. Eerlijk gezegd was ik opgelucht dat ik niet als enige mijn hand weifelend omhoog stak.

Hoe sterk ik ook gegroeid ben in mijn persoonlijke als in mijn professionele leven, het stemmetje in mijn hoofd dat zich afvraagt wanneer iedereen eindelijk gaat merken dat ik eigenlijk niet weet waarmee ik bezig ben, blijft aanwezig. En dat komt doordat de verzameling van persoonlijkheidskenmerken die aan de basis liggen van het oplichterssyndroom. Waarmee ik ook “gezegend” ben. Ervoor zorgen dat ik mijn successen niet toeken aan mijn kunde en capaciteiten, maar eerder aan toeval, geluk en/of externe omstandigheden.

Je leest het ook in mijn blog “Scenario’s in je hoofd“. Waar ik vertel over mijn groei naar leidinggevende en alsnog de basis van deze groei toe-eigen aan de mensen die me deuren deden openen in plaats van aan het harde werk dat ik de afgelopen jaren heb verricht.

Kenmerken die kunnen aanwijzen dat iemand last heeft van het “oplichterssyndroom”:

  • denken dat je anderen een onrealistisch beeld van jezelf voorspiegelt;
  • angst hebben om “ontmaskerd” te worden;
  • je eigen competenties niet herkennen en bang zijn dat mensen merken dat je onvoldoende competent bent;
  • luisteren naar een strenge criticus in je hoofd;
  • successen buiten jezelf leggen, en ze toeschrijven aan externe factoren (geluk, toeval, …);
  • perfectionistisch zijn;
  • hard werken (vaak harder dan nodig).

Gelukkig kun je hier aan werken. Ik heb dit ook gedaan, en tot eind 2020 had ik er minder last van. Mijn zelfvertrouwen was enorm gegroeid, ik besefte regelmatiger dat mijn successen echt mijn successen waren.

De afgelopen maanden steekt het stemmetje steeds vaker de kop op. Ik ben in januari aan een nieuw avontuur begonnen door leidinggevende te worden van een ander team. Het besef dat ik ze technisch niet zo goed kan ondersteunen dan mijn vorige team zorgt ervoor dat ik op een andere manier moet leidinggeven. En dat lukt wel, alleen heb ik opnieuw moeite om het aan mijn eigen capaciteiten toe te kennen. Er is dus nog werk aan de winkel.

En over perfectionisme gesproken. Wat had ik het moeilijk om deze blogpost goed te krijgen, ondanks de voorbereidingen en het opzoekingswerk dat er aan vooraf gegaan is. Ik kreeg hem gelijk niet in de vorm gegoten dat ik wou. Hij is nog steeds niet perfect, maar toch besloten te posten.

Keep on smiling!