Een glimlach die zich spontaan op je gezicht tovert terwijl je simpelweg aan het observeren bent.
Ik maak het concreter. Het is zomer. Je trekt de natuur in, met een picknick in je rugzak. Na een uur stevig stappen in het bos kom je bij een open plek met een paar speeltoestellen. Je maag begint te rammelen, dus je ploft op een bankje. Je grabbelt in je rugzak naar dat boek dat je wilde lezen, maar je grijpt mis. Thuis laten liggen.
Dan maar in observatie-modus.
Terwijl je in je boterham bijt, zie je hen. Een kindje, hooguit vier jaar, klimt de ladder van de glijbaan op. Papa staat paraat onderaan, mama wacht aan de overkant. Het kindje komt veilig boven, installeert zich op die kleine poep en roept: “Drie!… Twee!… Eén!…”
Hij glijdt. Papa haast zich naar voren, maar het kindje is sneller. “Ik heb gewonnen!” roept hij triomfantelijk. Mama klapt trots in haar handen terwijl papa de kleine kampioen van de glijbaan grabbelt voor een dikke knuffel.
En daar is hij dan. De glimlach. Gewoon, omdat je er getuige van mocht zijn.
Ondanks dat je daar zit zonder boek, merk je dat je niet meteen rechtveert. Je eet trager. Je glimlacht nog even na. Het had niets met jou te maken, en toch doet het alles. Het moment blijft hangen, zelfs nadat het kindje en zijn ouders allang uit het zicht zijn, op weg naar nieuwe avonturen.
Die papa en mama hadden geen idee dat zij op die open plek in het bos een ‘lichtbron’ waren voor een wildvreemde op een bankje. Geluk hoeft niet altijd uit onszelf te komen; we kunnen het lenen door simpelweg onze ogen open te houden voor de glans van anderen.
In het boeddhisme geven ze dit de naam: Mudita, of in het Vlaams: medevreugde.
Een waardering van de vreugde en het plezier van anderen.
De kunst om je eigen hart te laten resoneren op de frequentie van iemand anders zijn geluk.
Een vorm van emotionele alchemie: hun lach wordt jouw warmte.
En het mooie is: ons lichaam helpt ons daar zelfs bij.
Wetenschappers noemen dit spiegelneuronen.
Het zijn piepkleine cellen in je brein die op exact dezelfde manier vuren wanneer je iemand iets ziet doen, als wanneer je het zelf zou doen. Als jij dat kindje ziet stralen, spiegelen jouw neuronen die vreugde. Je brein maakt geen onderscheid tussen zijn triomf en de jouwe. Voor je grijze cellen heb jij daar net óók die wedstrijd gewonnen op die glijbaan.
Misschien is dat de biologie van verbinding.
Dat we letterlijk gemaakt zijn om elkaars licht op te vangen.
En het, soms zonder het te beseffen, even bij te houden.
Misschien is dat wat borrowed light werkelijk is.
Dat geluk niet altijd uit onszelf moet komen om ons te raken.
Dat we het soms mogen lenen, heel even maar,
van mensen die niets van ons weten
en daar ook niets voor terug verwachten.
Een glimp.
Een warmte.
Geleend licht bij de buren.
En dat is meer dan genoeg.

Geef een reactie op shivatje Reactie annuleren