We zitten midden in een hittegolf op deze zonnewende. Bijna heel Europa zweet mee, en in België ligt de hitte momenteel als een zware deken over het land. De ironie wil dat ik net terug ben van wat we vroeger steevast “zonnigere oorden” noemden, maar de temperaturen op Gran Canaria waren een heel stuk draagbaarder dan wat we hier nu over ons heen krijgen.

Vandaag vieren we Litha, de zomerzonnewende. Het moment waarop de zon op haar absolute en hoogste punt aan de hemel staat. En dat zullen we geweten hebben.

Terwijl ik binnen in huis probeer de koelte zorgvuldig in te sluiten, besef ik pas hoe “luidruchtig” de zomer eigenlijk is. De vraag die door mijn hoofd maalt: is hij té luidruchtig, of is het gewoon de zomerse buzz waarmee ik als kind zo genoot van de zomervakantie? Ik ben er nog niet uit.

Als kind voelden de zomers aan als één lange, onbezorgde vrijheid. Twee maanden leken een eeuwigheid waarin de hele wereld veroverd kon worden. Het was de tijd van zomerkampen, slapen in tenten, de onvermijdelijke luizen, en vakantie bij mijn grootvader samen met mijn neven en nichten. Eindeloos rondhangen in de tuin, om pas doodop naar binnen te gaan wanneer de zon eindelijk was ondergegaan. Toen was die buzz het geluid van pure vrijheid.

Als tiener verschoof dat naar het park, de TD’s en het nachtelijk fietsen waarbij we ervoor zorgden dat die ene vriend die echt te veel gedronken had, veilig thuiskwam. Het was de periode waarin het gespaarde geld opging aan de festivalweide, waar ik met mijn nichten vrijwillig op Dour ging werken, of stond te dansen op de Summerjam.

Nu is die zee van tijd gekrompen tot de realiteit van een werkjaar. Hoewel ik in een sector zit met meer dan dertig verlofdagen, moeten die strategisch opgesplitst worden. De Summerjam klinkt nog steeds ergens op de achtergrond, maar ik kan het niet meer elke dag rekken tot de zon ondergaat. En heel eerlijk? Dat hoeft ook niet.

Maar daar wringt vaak de schoen: de drang om die schaarse vrije dagen buiten de kantoormuren maximaal te moeten benutten. Genieten wordt dan bijna een prestatie op zich. Als kind genoot ik zonder dat ik er de waarde van kende. Nu betrap ik mezelf er soms op dat ik zo krampachtig naar die waarde zoek, dat ik vergeet simpelweg te zijn.

De afgelopen week op Gran Canaria ontdekte ik hoe die stillere overvloed er tegenwoordig voor mij uitziet. Dagen beleefd zonder gigantische gebeurtenissen, maar waarin ik wel écht rust vond.

Mijn koffer woog zwaar van de verhalen toen ik vertrok. Vier fysieke boeken en een e-reader met een bibliotheek van tweehonderd titels—mijn traditionele inhaalbeweging na een intensief werkjaar. Maar mijn brein besloot anders. Het eerste boek dat ik opensloeg was een hervertelling van de mythologie rond Medusa. Het verhaal leek boeiend, maar de té letterlijke vertaling vanuit het Engels stoorde me mateloos. Na twintig minuten legde ik het gefrustreerd weg. Dit patroon herhaalde zich met verschillende boeken: een kwartiertje lezen, en het dan weer opgeven. Pas op de allerlaatste dag opende ik een boek dat mijn hersenen voedde op de manier die ik zocht.

Ik denk dat ik op vakantie nog nooit zo weinig leesuren heb gehad. En ik ben er gek genoeg ontzettend blij om. In plaats van andermans woorden te consumeren, heb ik mijn eigen fantasie de vrije loop gelaten.

’s Avonds aan de bar hervond ik één van mijn oude favoriete bezigheden: mensen observeren. Het was een fascinerend schouwspel. Aan de ene kant hing een groot scherm waar de helft van het terras gefocust naar het voetbal keek, terwijl aan de andere kant een optreden bezig was dat de rest van het publiek bezighield. Daartussen laveerde het personeel; obers die op de drukste momenten bijna letterlijk in looppas met hun zware schotels vol flessen en glazen rondliepen.

Ik zat daar in het midden van die zomerse buzz en observeerde de interacties. Tafeltjes verderop zag ik mensen druk praten en in mijn hoofd verzon ik er mijn eigen verhalen bij. Een ober die met een theatraal zuchtje een gigantisch dienblad vol cocktails balanceerde, kreeg van mij de hoofdrol in een komisch drama over een mislukte keukenrevolutie. Het was een fantastische manier om verhalen te maken zonder een bladzijde om te slaan. Gewoon getuige zijn van de dynamiek, een glimlach opvangen van een vreemde en een beetje ‘licht lenen’ van de vreugde om me heen. Het is de kunst om de drukte van de zomer te waarderen, zonder er zelf het middelpunt van te hoeven zijn.

En dat brengt me terug bij vandaag. Bij Litha en de hittegolf. Ik zit in de schaduw en kijk door het raam naar buiten. Ik zie hoe de bomen en de planten zich wentelen in het onverbiddelijke, felle zonlicht. Ze absorberen de zon op haar absolute hoogtepunt, terwijl ik geniet van mijn koele, rustige bubbel.

Misschien is dat voor mij dit jaar wel de essentie van de zomerzonnewende. Je hoeft niet altijd midden in het felle licht te staan om de magie ervan te voelen. Soms is de mooiste manier om de overvloed van Litha te eren, door vanuit de bewuste schaduw te glimlachen naar de wereld, en de zomerse buzz zachtjes aan je voorbij te laten trekken.

Ben jij ook zo’n boekendraak die met een zware koffer vol goede voornemens op vakantie vertrekt, om vervolgens te ontdekken dat ‘niets doen’ en mensen observeren eigenlijk veel fijner is? Hoe vier jij het hoogtepunt van de zomer en ontsnap jij aan de luidruchtigheid? Vertel het me in de reacties!

Plaats een reactie