Over boeken denk ik

Als kind had ik niet veel gezelschap nodig. Nu ook niet, hoewel met die aanhoudende gezondheidscrisis en die maatregelen waar je zo weinig mensen kan zien begin je toch een beetje drang te krijgen naar andere gezichten. Maar ik geniet nog altijd enorm van die momenten alleen. Echt opladen doe ik dan.

Ik ben opgegroeid met twee zussen, telkens ongeveer 3 jaar tussen ons in. Vaak werd er dan met twee opgetrokken en viel de derde uit de boot. Ik vond dat niet erg. Ik herinner mij een moment dat ik in mijn kamer zat op mijn poef met het licht uit gewoon rustig te fantaseren. Mijn vader kwam binnen en schrok een beetje dat ik daar zo alleen zat, en vroeg of ik dat vaak deed. Ik zal maar een jaar of negen geweest zijn. Ja, ik deed dat wel regematig.

Er zijn ook gewoon dingen die ik liever doe zonder gezelschap, niet dat niemand mag weten wat ik aan het doen ben. Het is gewoon een moment om op te laden. Veel introverten zullen zich hierin wel herkennen. Als je met drie in een appartement woont met twee slaapkamers en open keuken/living, zijn de plaatsen beperkt om alleen te zijn. Ook dan lukt het meestal nog wel, zoals nu, terwijl ik dit blogbericht schrijf. De dochter ligt al in haar bed (zou moeten slapen maar ik hoor nog gerommel) en de man zit in de living naar de voetbal te kijken. Stilte in de slaapkamer dus.

Deze namiddag ben ik met mijn dochter naar het bos geweest, we hebben gemediteerd, verbinding gezocht met de natuur en onze tarotkaarten. Het was vooral een moment van ons twee, een moment van stilstaan en rust vinden. Toen we terug naar de auto stapte zei mijn dochter dat het nooit echt stil was, je hoorde op de achtergrond toch nog auto’s, en er was ook nog redelijk wat passage van lopers. Ze vond het heel moeilijk om het geruis buiten te sluiten. En dat is ook moeilijk, ik heb ook nog van die momenten waar ik er niet in slaag om al het geruis buiten te sluiten. Vaakt komt dit voor in die periodes waar het ook extreem luidruchtig is in mijn hoofd. Zo een periode heb ik achter de rug. Ik heb de rust te danken aan mijn week verlof, waar we sowieso niet veel gepland hadden en er ruimte is om regelmatig echt ontspanning op te zoeken.

Zo heb ik de eerste dagen paar keer echt ononderbroken kunnen lezen. Een vlot leesbaar boek, beetje melig en voorspelbaar, maar het verhaal had mij beet. En dat heb ik niet vaak met chicklits. Ik lees veel liever Fantasy waar je in andere werelden terecht komt, of Young Adult waar vreemde wezens heersen, of magie bestaat. Dat is pure escapisme. Soms moet je gewoon de volwassene uithangen zeker. Kort voor ik aan dit bericht begon te typen heb ik een vijftal minuten naar de boekenkast staan staren. Ze zit goed vol, en eerlijk het ritme waarop ik boeken koop is groter dan het ritme waarop ik ze lees. Mijne man zei deze voormiddag nog dat we met alle boeken die in de kelder liggen nog twee boekenkasten zouden kunnen vullen. Ze weg doen wil ik niet. Als we naar een huis verhuizen zal er ruimte genoeg zijn om ze allemaal in beeld te zetten. Komt wel.

Maar dus, ik heb een vijftal minuten naar de boekenkast zitten staren. Lezers zoals ik zullen het wel herkennen, nog in de roes van het pas uitgelezen boek op zoek naar iets dat je evenveel gaat innemen. En dan wil je het gevoel van dat boek nog niet kwijt, dus besluit je toch een dag of twee te wachten voor je aan een ander begint. Ik heb in de boekenkast een zestal boeken van Jill Mansel liggen. Drie dat ik mij zelf heb gekocht overlaatst met een actie. Van die drie heb ik “Je bent geweldig” in een vorige verlofperiode in enkele rukken uitgelezen. Toen begon ik aan een ander boek van Mansel en het boeide niet. Voorbije weekend ging ik langs bij mijn zus (coronaproof). Ik had haar het boek “Kalme Chaos” meegenomen zodat ze dat kon lezen, en ze gaf mij in de plaats nog enkele Jill Mansel boeken. Het boek dat ik deze week zo snel uit had was “Stuur me een berichtje”. Ik kan nog steeds de titel niet bij het verhaal plaatsen, al doet dat er niet toe. Ik kon dus niet meteen een ander boek van dezelfde schrijfster vast nemen, want zie dat ik hetzelfde voor had. Het probleem is, als ik aan een boek begin en dat neer leg omdat ik niet in het verhaal kan verdwijnen, dan vrees ik dat ik het nooit uitgelezen krijg.

Morgen dus nieuwe boeken zoektocht. En maandag weer aan het werk, dus misschien weer minder energie, tijd om te lezen. Zolang ik energie en tijd kan hebben voor de dochter en hare papa en soms voor mezelf is het oké.

Keep on smiling!

Persoonlijke zoektocht

Op één of andere manier zijn we allemaal ergens wel bezig met spiritualiteit. Zelf een atheïst, die niet in opperwezens gelooft heeft een spirituele kant die misschien minder grondig aanwezig is dan bij andere.

In België heeft een gezin vaak een Rooms Katholieke oorsprong, waar spiritualiteit vooral ervaren wordt door de toepassing van de bijbel, het naar de kerk gaan en het volgen van de verschillende eucharistievieringen. We hebben net nog Pasen gevierd. De herrijzenis van Jezus Christus. De Paashaas heeft dit weekend bij menig kind in de tuin, woonkamer, slaapkamer, keuken paaseieren verstopt. Met rieten mandjes in de hand werd er naarstig gezocht naar al dat lekkers. Om de herrijzenis van Jezus te vieren met onze kinderen grijpen we terug naar een geschiedkundige gebeurtenis die voor de geboorte van Jezus zijn oorsprong vond.

Waar komt de Paashaas vandaan?

Google maar eens “Waar komt de Paashaas vandaan?”. Ik heb genoten van de lectuur in ieder geval. Zoals bij vele “bijverschijnselen” bij feestdagen is het vaak een mengeling van heidense gebruiken en katholieke feesten. Zo vond ik bij mijn zoektocht naar de herkomst van de Paashaas een verhaal rond de Godin Ostara. Volgens dat verhaal zou een klein meisje een gewond volgetje hebben gevonden, om het te kunnen redden bad ze tot Ostara om hulp. De toegesnelde Godin zag dat het vogeltje niet te genezen viel en veranderde het in een haas. De Godin vertelde aan het meisje, dat éénmaal per jaar deze haas terug zou komen om gekleurde eieren te leggen.

Bovenstaande vind ik één van de mooiste versies, ook een versie die aantoont dat de Germaanse stam waar dit verhaal zijn oorsprong zou vinden in wedergeboorte geloofde. Een vogel komt terug als haas.

Als je verder graaft zal je nog verschillende mythes terugvinden. Na het lezen van de verschillende mythes maakte ik mij nog steeds de bedenking waarom de paashaas of paas klokken verbonden zijn aan Pasen? Daarover vond ik dan toch een artikel op een Nederlandse website. Al mogen we niet alles zomaar geloven wat er op het internet staat, het is niet de moeite waard om zwaar wetenschappelijk onderzoek te doen en de geschiedenisboeken uit te pluizen, toch? Het is maar de Paashaas, net zoals de Sint iets wat onze ouders gebruikte om het leven wat meer kleur te geven. En om die reden geven we het ook door aan onze eigen kinderen en gaven ons grootouders het door aan onze ouders, en ga zo maar generaties verder.

De meeste plaubisele uitleg lijkt mij dat dit het werk is van de zendelingen die vroeger op pad werden gestuurd om de heidenen te bekeren tot het Christendom. In een poging tot het bekeren werden Heidense en Christelijke rituelen gecombineerd.

Mijn 14-jarige dochter is op spirituele zoektocht.

Wat een uitleg om te komen aan wat ik effectief wilde vertellen vandaag. Mijn 14-jarige dochter is op spirituele zoektocht. Na haar geboorte hebben we de keuze gemaakt om haar te laten dopen, echter op haar zes jaar mocht ze zelf kiezen of ze haar eerste communie deed of lentefeest. Ze heeft dus twee maal lentefeest gedaan en volgde in de lagere school Zedenleer. Voor een stuk onze keuze omdat ik het onnodig vond om haar op jonge leeftijd een geloof op te leggen. We leven in de vrije Westerse wereld, en keuze van geloof is één van deze vrijheden. Of zou dit toch moeten zijn.

Ik heb een Katholieke opvoeding genoten, deed mijn eerste communie (2 keer) en mijn plechtige + vormsel. Ons mama was cathechiste en papa was ook actief in de kerk. We zongen mee in het kerkkoor. Op zatervoormiddag repetitie en op zondag de mis zingen. We gingen dus wekelijks naar de kerk. Dat veranderde toen we vanuit het Brusselse Laken vertrokken en in Oost-Vlaanderen gingen wonen. Er werd niet meer zo vaak naar de kerk gegaan, we maakte geen deel meer uit van het kerkkoor, …

Als er een opperwezen bestaat die ons de juiste richting moet uitwijzen, dan is dat een verdomd gruwelijk wezen, een psychopaat!

Rond mijn 16 jaar, midden in de puberteit, een periode waar ik veel in vraag stelde begon ik interesse te krijgen in andere godsdiensten, geloven, spirituele dingen. Ik heb toen veel gelezen over het boedhisme, hindoeïsme, … . Na een tijd kwam ik Wicca tegen, een natuurreligie die in de jaren 1950 werd gepopulariseerd door Gerald Gardner. Zeer interessant, maar ik kon mij er nog niet in vinden. Wicca is net zoals het Boedhisme, het Katholisisme, en andere een georganiseerd geloof met regeltjes en verplichtingen tot gevolg, waarin het vereren van een God, Godin of beide of meerdere Goden nog steeds een belangrijke rol spelen. En net daar kon ik mij niet in vinden. Als er een opperwezen bestaat die ons de juiste richting moet uitwijzen, dan is dat een verdomd gruwelijk wezen, een psychopaat!

Een deel van de moderne Wicca had mij wel voor zich gewonnen, het deel waar je samen leeft met de natuur, waar energie een grote rol speelt. Zo kwam ik ook terecht bij het Paganisme en nog andere soorten natuurrelegies. Uit al die verschillende stromingen neem ik de zaken die het beste bij mij passen als individu. Ik deed aan Mindfullness nog voor het in de mode was om mindfull te zijn. En dat wou ik voor mijn dochter ook. Niet dat ze eclectische heks werd (om het toch maar een stempel te geven) maar dat ze haar eigen spirituele weg vond/vindt, door gebruik te maken van de invloeden van de verschillend religies, zijnde het Godvereringen, natuurvereringen, volledig ongelovig zijn. Het maakt niet uit, zolang ze de kans krijgt om uit te groeien tot de persoon die ze wil zijn.

Dus heb ik haar een eigen dek tarotkaarten cadeau gedaan.

Onlangs lagen we samen in mijn slaapkamer tv te kijken, hare papa was voetbal aan het kijken in de woonkamer. Vaak zijn dat ook momenten waar de mama-dochter babbels onstaan en ik meer te weten kom over wat er in de mooie hoofdje van haar rond gaat (ja ik weet het, elke mama vindt haar eigen kinderen mooi, maar ik heb echt wel een knappe dochter, hahaha). Zo kwam ons gesprek ineens uit bij Astrologie, ze had een app geïnstalleerd die de daghoroscooop aan geeft. Ik vertelde haar dat ik mij ooit verdiept had in de astrologie. Door er verder over te babbelen kwam het gesprek ineens uit bij mijn Tarot-kaarten, die ik haar toonde. Ik heb haar dan ook wel moeten uitleggen dat ze ze

niet mocht aanraken om vermenging van energie tegen te gaan. Ze vertelde toen dat ze daar wel wou leren mee om gaan en meer over wou te weten komen enzo. Dus heb ik haar een eigen dek tarotkaarten cadeau gedaan. Eigenlijk twee, de basis Riders Waite Tarot, maar ook één voor de Moderne Heks. De tekeningen zijn leuker en misschien voor haar jonge geest makkelijker te interpreteren.

Nu is het hopen dat het tijdens mijn week verlof volgende week toch maar wat mooi weer is, dat we de natuur kunnen in trekken en ik haar kan vertellen over de energie van zichzelf en van de natuur die de tarot kaarten nodig heeft om als goede raadgever met haar mee door het leven te gaan. Al ben ik mij bewust dat ze er waarschijnlijk ook speels mee zal om gaan en dat ik op TikTok vermoedelijk filmpjes ga zien verschijnen waar ze waarzeggertje speelt enzo. Ach dat mag. Hoe meer ze de kaarten in de hand neemt hoe beter ze haar leren kennen. En wanneer ze dan echt hun raad nodig heeft zullen ze helpen.

En voor de pessimisten die dit lezen. Mijn leven als heks is afgedekt gebleven voor haar, mijn spirituele beleving is van mij persoonlijk noch mijn man noch mijn dochter werden beïnvloed. Dus de aantrek van mijn dochter naar deze spirituele weg werd haar niet ingeprent door mij. De keren dat ze als peuter/kleuter mee was naar een paranormale beurs zullen niet de grote invloed zijn geweest. Ze zit nu op een katholieke school waar ze enkel Rooms Katholieke Godsdienst kan volgen, en nog maakt ze haar vrije keuze over wat ze wil. Indien ze mij vraagt om mijn spiritualiteit te delen zal ik dit natuurlijk doen, want dat zijn kwaliteitsmomenten met je kinderen dat elke ouder wel wil hebben.

Van wie is deze stoel?

In het eerste leerjaar zat ik bij Juf M. Juf M. had een tweeling, de tweeling zat bij mij in de klas. Later, ik denk tegen het derde leerjaar, is één van beide naar een andere school gegaan. Bijzonder onderwijs denk ik. Toen noemde dat anders. We spreken over de jaren 1980-’90 he.

Natuurlijk niet bij iedereen, maar vooral bij degene die ze ja, minder graag had? Na een tijd gaf ze het op.

Een herinnering aan het eerste leerjaar dat soms de kop op steekt, is de dag dat we in groepjes oefeningen aan het maken waren, en daarvoor van bank moesten wisselen om met andere samen te werken. Op een moment hing er een geur in de klas, alsof iemand een scheetje had gelaten. De juf begon aan onze poepjes te ruiken om te weten te komen wie het was. Natuurlijk niet bij iedereen, maar vooral bij degene die ze ja, minder graag had? Na een tijd gaf ze het op.

Tijd voor een nieuwe wissel. Ik moest bij een ander groepje gaan zitten en één van de tweeling moest op mijn stoeltje gaan zitten. Ze ging naar haar mama, ja ik zeg naar haar mama en niet naar de juf. En kloeg dat mijn stoeltje warm was. Juf M. voelde aan het stoeltje, rook er zelf aan en besloot dat ik mijn eigen stoeltje maar moest blijven gebruiken. En gaf haar dochter haar eigen stoel. Er was helemaal niks mis met mijn stoel. Gewoon warm van op te zitten. Wat helemaal logisch is.

Kinderen, meisjes, kunnen echt verschrikkelijk zijn tegenover mekaar.

In het vijfde leerjaar was ik intussen “beste vriendinnetje” geworden met één van de meisjes die al sinds het eerste leerjaar in mijn klas zat. Ik zette beste vriendinnetje tussen haakjes, want ze was niet altijd mijn vriendin ook op het moment dat we al beste vriendinnetje waren. Kinderen, meisjes, kunnen echt verschrikkelijk zijn tegenover mekaar.

Maar dus, ergens in het vijfde leerjaar, waren we samen op de speelplaats aan het babbelen, en dat incident in het eerste leerjaar kwam in ons gesprek naar boven. Ik kreeg te horen dat iemand anders dan ik schuldig was aan het geurtje dat in de klas hing. Dat wist ik ook wel toen. Er was werkelijk iemand die in zijn broek had gedaan, natuurlijk net één van de kindjes dat Juf M. wel leuk vond en waarbij dus niet aan het poepje werd geroken. Het gevoel van onrechtvaardigheid dat ik als zesjarige al had moeten meemaken, maakte ik opnieuw mee.

Het feit dat Juf M. ook directeur was van het kleine Brusselse schooltje hielp niet.

Juf M. was niet objectief als het op haar dochters aan kwam, zeker niet als het over die ene van de tweeling ging. En ze was zeker ook niet objectief als het over de leerlingen op school ging, mocht één van de dochters je niet dan mocht zij jou ook niet en dat was je hele schoolcarrière voelbaar en duidelijk.

De keren dat ik onterecht ben aangesproken op dingen, op zaken waar ik eigenlijk persoonlijk niets aan kon doen zijn ontelbaar. Ook kleinigheden zoals “uw nagels zijn niet kort genoeg geknipt” of “er zit nog wat zwart onder uw nagels” (ja, we hebben net in de zandbak gespeeld en de handen van uw dochter zijn vuiler dan de mijne; riep ik in mijn hoofd). Het feit dat Juf M. ook directeur was van het kleine Brusselse schooltje hielp niet.